Ik kijk al mijn hele leven, maar pas na mijn veertigste begon ik serieus te schilderen. Aanvankelijk met olieverf, later stapte ik over op acryl. Ik ben grotendeels autodidact en schilder één of twee dagen per week. Ik werk het liefst op grote doeken, zodat er ook daadwerkelijk een fysieke inspanning geleverd moet worden. Naast schilderen houd ik mij bezig met fotograferen. Overigens levert een serie foto’s vaak inspiratie op voor een schilderij. Beeldelementen uit zo’n serie breng ik samen in een nieuwe compositie. Dat klinkt nogal planmatig, maar ik laat bij het ontstaan van die compositie veel aan het toeval over.

 

Mijn onderwerpen zijn de mens, de weg, het stedelijk landschap en de natuur. Wat mij het meest boeit, is hoe het licht valt op die onderwerpen, hoe het wordt gereflecteerd en welke schaduwen het doet ontstaan.

 

Hoewel de schilderijen in hun totaliteit realistisch zijn, streef ik ernaar die totaliteit op te bouwen uit vele min of meer non-figuratieve gedeelten. Deze gedeelten ontstaan door een losse en gelaagde manier van werken. Tijdens het schilderen let ik erop of er voldoende balans in het schilderij komt.

De essentie van een schilderij is voor mij het tot staan brengen van de werkelijkheid  op een moment dat zij boven zichzelf uitstijgt. Het schilderij biedt bescherming tegen de vluchtigheid van de realiteit.